via [omhoog] terug naar het hoofdmenu
Haematopus ostralegus
Orde:
Charadriiformes
Familie:
Haematopodidae
Herkomst: De
scholekster is over de hele wereld verspreid, in 5 soorten
Leefgebied: Kust,
weilanden, platte daken
Voedsel:
Zeepieren, schelpdieren, krabben, slakken, wormen, insecten
Grootte: Lengte
ca. 43 cm., gewicht ca. 500 gram
De scholekster heeft een bijzondere snavel. Deze is niet
alleen lang, maar heeft ook een gevoelige punt, erg handig om in het zand en
onder water naar prooi te zoeken. De snavel is ook niet helemaal rond, maar plat
aan de zijkanten. Zo kan hij de snavel makkelijk in een mosselschelp steken, dan
draait hij deze een kwartslag en breekt zo de schelp open.
Scholeksters zijn sociaal levende vogels, maar ze broeden
niet in kolonies. Ze broeden op zandvlakten, grasland en in stedelijke gebieden
nemen ze ook genoegen met een plat dak. Ze keren graag terug naar vaste
broedplaatsen en paartjes blijven vaak jaren samen.
Het nest is een kommetje op de grond, al dan niet bekleed
met schelpen, steentjes, grashalmen of met helemaal niets. Het legsel bestaat
uit 2 -4 eieren. Het mannetje en het vrouwtje wisselen elkaar af met broeden en
na ca. 27 dagen komen de eieren uit.
Scholeksterkuikens zijn nestvlieders, ze lopen meteen met
de oudervogels mee om voedsel te zoeken. In kustgebieden verdrinken veel jonge
vogels als de vloed opkomt. De volwassen vogels kunnen wegvliegen, maar de
jongen kunnen dat niet.
Met zo veel kuikens die verdrinken is het maar goed dat
scholeksters erg oud kunnen worden, zo blijft de populatie toch op niveau.
Gemiddeld worden ze zeker ouder dan 10 jaar, er is zelfs eens een scholekster
gevangen die al 36 jaar was!
|