via [omhoog] terug naar het hoofdmenu
Aquila nipalensis
Orde:
Accipitriformes
Familie:
Accipitridae
Herkomst:
Oost-Europa tot Centraal - Azië
Leefgebied:
Steppen en halfwoestijnen
Voedsel: Kleine
zoogdieren, zoals grondeekhoorns en fluithazen, aas, insecten
Grootte: Lengte
65 – 80 cm. , spanwijdte 165 – 200 cm., gewicht 2,5 – 3 kg. De vrouwtjes zijn
groter dan de mannetjes.
Arendsoorten komen overal ter wereld voor, behalve in
Zuid-Amerika. De steppearend bevindt zich veel op de grond. Ze bouwen grote
nesten in struiken, op steenhopen, zandheuvels en monumenten. Ten noorden van de
Kaspische Zee arriveren ze in hun broedgebieden als de winterslaap van hun
voornaamste prooi, de dwerggrondeekhoorn, erop zit.
De steppearend begint eind april te broeden, het legsel
bestaat uit 2 eieren. Het ligt eraan hoe goed of slecht een voedseljaar is, dus
of er veel grondeekhoorns, fluithazen en insecten zijn. Als het een goed jaar
is, kunnen beide jongen overleven en uitvliegen.
Steppearenden die tijdens de winter in hun broedgebied
blijven, leven dan vrijwel uitsluitend van aas, zoals de kadavers van dode
Mongoolse paarden en schapen.
De Afrikaanse steppearend broedt in acacia’s en
apenbroodbomen. Ook hij eet aas en wordt samen met gieren bij kadavers gezien.
|