Algemeen UILEN

Omhoog AMAZONEPAPEGAAI BERGEEND BEVERRAT BLAUWGELE ARA BLAUWE PAUW BOERBOEL CAVIA DWERGMANGOESTE EMOE EUROPESE OEHOE EVERZWIJNEN FRET GESTREEPTE HYENA GEVLEKTE HYENA GIERPARELHOENDER GOOCHELAREND GRIJZE EEKHOORN GROTE MARA JUFFERKRAANVOGEL KALKOEN KANGOEROE KLEINE MANTELMEEUW KLEINKLAUWOTTER KRAAIKOPKIP LACHVOGEL LAMA LAPLANDUIL LYNX MANDARIJNEEND NANDOE OOIEVAAR PARELHOENDER PAUWSTAARTDUIF POITOU-EZEL PRAIRIEHOND RAAF RODE HOND ROODHALSGANS ROODWANG SCHILDPAD SIKA HERT SNEEUWUIL STEKELVARKEN STEPPENVOS (CORSAC) STINKDIER TORENVALK TOULOUSE GANS WASBEER WITNEKKRAANVOGEL WITRUGGIER ZADELJAKHALS ZEBRA-MANGOESTE ZWARTE ZWAAN GASTEN Algemeen UILEN RODE NEUSBEER

via [omhoog] terug naar het hoofdmenu

UILEN

Orde:                Strigiformes

Families:         Kerkuilen [Tytonidae]

                         Uilen [Strigidae]

Verspreiding: Uilen komen op de hele wereld voor.

Voedsel:         Kleine [knaag]dieren, vogels, insekten, wormen, hagedissen, kikkers en er zijn visetende soorten.

 

Tot de grootste uilen behoort de oehoe [Bubo bubo] Tot de kleinste uilen behoren de dwerguil [Glaucidium minutissimum] en de kabouteruil [Micrathene whitneyi]

 

Bouw

 Anders dan de meeste vogels hebben uilen hun ogen niet aan de zijkant van hun kop, maar aan de voorkant. Zij kunnen hun ogen niet bewegen, en daarom kunnen zij hun kop bijna helemaal ronddraaien. Hun kop is ronder, ze hebben een korte nek en zachte veren. Die veren zijn zo zacht omdat ze bedekt zijn met iets dat op hele fijne haartjes lijkt, zo kunnen zij geruisloos vliegen en hoort de prooi geen vleugelgeklapper dat de jagende uil kan verraden. Hun poten zijn bedekt met dezelfde zachte 'haartjes' en hun vierde teen staat schuin naar achteren gespreid, dat is handig met het grijpen van een prooi.

 Uilen jagen in de schemering of 's nachts, dat ligt aan de soort. Overdag rusten zij meestal, maar gedurende de dag kunnen zij net zo goed zien als 's nachts. Hun nachtzicht is zo goed omdat zij meer lichtgevoelige cellen op hun netvlies hebben, vooral de meer nachtactieve uilen hebben die. Deze soorten zijn echter wel kleurenblind. Uilen die in de schemering of overdag jagen kunnen kleuren onderscheiden. Uilen worden vaak afgeschilderd als symbool van grote wijsheid, maar zo slim zijn ze niet. Ze hebben wel een grote kop, maar weinig herseninhoud. De ruimte in hun kop wordt grotendeels in beslag genomen door hun ogen. 

 Het draaien van hun kop komt uilen ook goed van pas bij het horen. Uilen kunnen hun oren sluiten met bevederde kleppen om ze te beschermen. Diezelfde kleppen fungeren ook als trechters om geluiden beter te kunnen opvangen. Uilen horen net zo goed als mensen, maar zij kunnen geluiden veel beter lokaliseren, als er in het gras een muis ritselt, duiken zij er bovenop. Er zijn uilen met pluimpjes op hun kop, zoals de ransuil [Asio otus] en de oehoe [Bubo bubo]. Dit zijn geen oren, maar gewoon versiering.  

 Uilen slikken hun prooi helemaal in en botjes, keverschilden en haren komen er in braakballen weer uit. Uilen hebben geen krop, als zij jongen hebben moeten ze het voedsel er in hun snavel heenbrengen.  

Jongen

 Uilen bouwen geen nest, alleen de sneeuwuil [Nyctea scandiaca] krabt een kuiltje in de grond. De velduil [Asio flammeus] doet dit ook, maar die bekleedt het met wat dorre planten. Andere soorten leggen hun eieren in verlaten kraaiennnesten, kleine grotten of nissen en er zijn uilen die in holen van zoogdieren hun intrek nemen, zoals het konijnuiltje [Speotyto cunicularia]. Ook zijn bij bijvoorbeeld kerkuilen nestkasten populair.

  De eieren van alle uilen zijn wit en bijna rond en worden door het vrouwtje uitgebroed. Het mannetje voorziet het vrouwtje van voedsel terwijl zij zit te broeden. Direct nadat het eerste ei gelegd is, wordt er met broeden begonnen. Omdat er tussen het leggen van de eieren wel een aantal dagen kunnen zitten, verschillen de uilskuikens ook een paar dagen van leeftijd. Als de jongen uit het ei zijn worden ze door beide ouders verzorgd. Er zijn uilensoorten die in de buurt van het nest voedselvoorraden aanleggen. De jongen zijn bedekt met wit dons en blind, ook hun oren zitten nog dicht. Na ongeveer een week gaan de oren en ogen open en nog wat later begint hun verenkleed langzaam te veranderen, bij sommige soorten weer dons, andere soorten krijgen veren.

  Omdat er een groot verschil in leeftijd is, gaan er wel eens jongen dood. Bij bijvoorbeeld kerkuilen hangt het er ook vanaf of het een goed muizenjaar is, hoe meer prooi, des te meer eieren en des te meer jongen die op kunnen groeien. 

    Uilskuikens verlaten soms voordat ze kunnen vliegen al het nest. Bij een klauterpartij kunnen ze wel eens uit de boom vallen. Als mensen zo'n jong dier vinden en het benaderen, begint het te sissen en maakt zich groot, dit om zich te verdedigen. Men kan het jong het beste laten zitten waar het zit, vaak zijn de oudervogels in de buurt en het jong roept ze en bedelt om voedsel, dat ze nog steeds geven. Ze kunnen met behulp van snavel en poten erg goed klimmen en zoeken zo weer een veilige plek hoog in een boom.

 Leefgebied/ gedrag/ voedsel

 Hier in Nederland voorkomende uilen zijn o.a. de steenuil, kerkuil, velduil, ransuil en bosuil. Uilen houden van een beetje rommelige omgeving met [ook voor hen] veel schuilhoekjes. Muizen en andere prooidiertjes zitten daar graag en daar maakt de uil dan weer handig gebruik van.

 Ransuilen zijn wat hun winterse 'zitboom ' betreft niet erg kieskeurig. Zelfs in lage bomen of struiken middenin woonwijken kan men er dan soms wel 10 tegelijk zien zitten. Kerkuilen huizen graag in ruïnes, boerenschuren of kerktorens. Ze jagen graag in open terrein zoals weilanden of grote wegbermen. Verkeersborden zijn daar erg handige uitkijkposten. Helaas sneuvelen door het jagen in bermen veel kerkuilen in het verkeer. Tegenwoordig worden er door natuurorganisaties veel kerkuilennestkasten in schuren en andere geschikte gebouwen opgehangen.

  Alleen in Afrika komen visuilen [geslacht Scotopelia] voor, er zijn drie soorten van. Deze uilen vliegen laag over het water en grijpen vissen er zo uit. Zij hebben kale poten, die dus snel weer droog zijn en lange tenen met scherpe klauwen om de glibberige vissen goed vast te kunnen grijpen.

  De door de Harry Potter- films inmiddels bekende sneeuwuil vindt men in het noorden van Europa en het Amerikaanse continent. Deze uil komt voor op toendra's  en andere open landschappen, het is geen bosbewoner en ze broeden op de grond. Sneeuwuilen leven voornamelijk van kleine knaagdieren, zoals lemmingen. In een goed lemmingjaar worden er veel uilenjongen geboren. Als de lemmingen weer schaarser worden, dan trekken veel sneeuwuilen naar zuidelijker gelegen gebieden, soms met grote aantallen tegelijk. Dat is voor uilen de enige reden om te trekken, normaal gesproken zijn uilen standvogels, d.w.z. dat ze op een vaste plaats blijven en niet trekken.  In Nederland is soms wel eens een sneeuwuil te zien, dat kan een dwaalgast zijn, maar het kan ook zijn dat de uil is ontsnapt of losgelaten. 

  Een grappig uiltje dat veel in Nederland voorkomt, is de steenuil [Athene noctua]. Het is een vogel die vooral in de schemering jaagt, maar middenin de nacht kunnen ze zeker in de baltstijd flink luidruchtig zijn. Als ze iets zien wat ze interesseert, richten ze zich hoog op en zakken dan weer in, ze zitten met een verbaasde blik komisch op en neer te wippen. Steenuiltjes zitten graag in gebieden met schuren, oude boomgaarden en weilanden. Zij vangen kevers, sprinkhanen, rupsen, wormen, muizen, kleine vogels en kikkers. 

 Situatie nu/ weetje

 Met de uilen gaat het de laatste jaren in Nederland veel beter. Er worden nestkasten opgehangen, er worden andere, voor de dieren minder schadelijke landbouwgiffen gebruikt en er worden natuurgebieden aangelegd.

    Er verongelukken nogal eens uilen in het verkeeer, omdat ze laag over de weg vliegen op zoek naar prooi in de bermen of op de weg aan een ander verkeersslachtoffer zitten te eten. Ook heeft de filmindustrie met Harry Potter wat schade aangericht. Veel mensen meenden dat het wel heel geweldig moest zijn om een uil als huisdier te hebben. Het schijnt dat uilen nu ook regelmatig worden afgegeven bij dierenasielen. Zoals voor alle diersoorten die worden aangeschaft, geldt ook hier weer; 'Bezint eer gij begint!'

 

terug naar boven