


via [omhoog] terug naar het hoofdmenu
Larus fuscus
Familie: Laridae
Herkomst/leefgebied:
IJsland, de kusten van Scandinavië en Rusland, Noord-Duitsland, Nederland,
België, Polen en de Britse eilanden
Voedsel: Vis, kleinere zeevogels, afval
Grootte: Lengte 52 - 64 cm, spanwijdte 128 - 148 cm,
gewicht 650 - 1000 g
Nestgrootte: +/- 3 eieren, broedtijd 24 - 27 dagen
HET DAK
OP!
De kleine mantelmeeuw komt op
veel plaatsen in Europa voor, maar kan per gebied van uiterlijk verschillen. Het
zijn trekvogels, maar in West-Europa blijven zij 's winters steeds vaker hangen.
In Noord-Europa verblijven zij alleen 's zomers.
Oorspronkelijk nestelden zij
tussen planten op de grond, maar de laatste jaren hebben zij ook veel platte
daken in steden als broedgebied ingenomen. Deze kolonies kunnen wel 2000 paren
bevatten. De rommel en het lawaai zorgen soms voor zo veel overlast, dat
kolonies worden verwijderd.
's Zomers is hun kop wit, in
de winter grijzig. Jonge vogels zijn gevlekt in zwarte, bruine en witte tinten
en hebben een zwarte snavel en grijze poten. De kenmerkende witte kleur met
grijze vleugels en gele poten en snavel krijgt de kleine mantelmeeuw pas als hij
volwassen is.
foto van internet

terug naar boven