


via [omhoog] terug naar het hoofdmenu
Columba
livia f. domestica
Familie: Columbidae
Herkomst: India
AZIATISCH
PRONKERTJE
De pauwstaartduif is een
structuurduif, d.w.z. dat de duif een bepaald uiterlijk kenmerk heeft. In dit
geval is dat de rechtopstaande 'pauwenstaart' als zij de pronkhouding aannemen.
Behalve structuurduiven zijn er bijvoorbeeld ook postduiven, kleurduiven en
duiven met aparte vliegtechnieken, zoals tuimelaars.
Pauwstaartduiven zijn
populaire tilduiven en worden over de hele wereld gehouden. Het is een oud ras,
de eerste pauwstaartjes werden rond 1600 vanuit Azië in Europa geïmporteerd. Er
zijn niet alleen witte pauwstaartjes, ze zijn er in allerlei kleurslagen en
worden daar ook op gefokt.
Duiven hebben een voor vogels
bijzondere manier van drinken. Zij steken hun snavel in het water en zuigen dat
dan op, als door een rietje. De meeste vogels nemen een slok in hun snavel, doen
dan hun kop acherover en laten het water in hun keel lopen, kijk maar eens hoe
kippen drinken.
Duiven zijn monogaam, dat
betekent dat een koppel samenblijft tot de dood hen scheidt. Daarom worden als
symbool van huwelijkstrouw op bruiloften weleens duiven losgelaten.
Hun legsel bestaat meestal
uit twee eieren, die afwisselend door de doffer [mannetje] en de duivin bebroed
worden. Na ca. 2 1/2 week komen de eieren uit. De jongen worden door beide
ouders gevoed en verzorgd. De eerste tien dagen krijgen zij 'duivenmelk', een
brij die wordt afgescheiden door de slijmhuid in de krop. Al snel krijgen de
jongen ook zaden bijgevoerd en de duivenmelk neemt na 10 dagen af. Omdat de
jongen tijdens het voeden hun kop diep in de bek van de ouders steken, groeien
de veren rondom de snavel het laatst, zo worden zij niet zo smerig.
De pauwstaart is een
sierduif, maar de meer 'vlezige' rassen worden al eeuwen in tillen,
duiventorens, duifhuizen en in ruimtes in kastelen en grote boerderijen
gehouden. Vooral in landen als Egypte, Turkije en Iran zijn nog veel
duiventorens in gebruik, met daarin soms wel 3000 broedparen. Ze worden niet
alleen voor hun vlees gehouden, maar ook heel belangrijk is hun vruchtbare mest.
Deze is zo rijk, dat het niet rechtstreeks over het land verspreid kan worden,
maar moet worden verdund met water, anders zouden de bemeste planten verbranden.
In Nederland staan ook nog
veel duivenonderkomens, maar die worden meestal niet meer als zodanig gebruikt.
In de middeleeuwen echter was het houden van duiven in heel Europa een zogenaamd
'heerlijk recht', dit betekende dat hoge 'heren' zoals adel en geestelijkheid
grote slagen [groepen] duiven mochten houden. Dit recht was aan de regel
verbonden dat men een bepaalde hoeveelheid land moest bezitten om een daaraan
verbonden aantal duiven te mogen houden. Hoe meer land, des te meer duiven. Een
grote duivenslag verhoogde het aanzien van een landgoed.
In de Tweede Wereldoorlog
moesten op last van de Duitsers alle duiven worden gevangen en afgemaakt, omdat
ze anders als postduif gebruikt zouden kunnen worden.
Vanwege de vervuiling door
hun uitwerpselen mogen de duiven op het San Marcoplein in Venetië niet meer
gevoerd worden. Zoiets gebeurde ook al in de 14e eeuw. In 1368 verbood de Franse
koning Karel V het voeren van duiven in Parijs. In grote steden zijn vaak kleine
rechtopstaande rijen pinnetjes of netten te zien op gebouwen waar duiven graag
zitten, zo kunnen zij er niet bij en worden de gebouwen door de fosfaatrijke
mest niet aangetast.

Vroeger werden duiven gehouden voor de
post door te geven, hier een foto van het kasteel van Dussen, onder de trapgevel
zitten de duivengaten

Terug naar boven