ZADELJAKHALS
Omhoog AMAZONEPAPEGAAI BERGEEND BEVERRAT BLAUWGELE ARA BLAUWE PAUW BOERBOEL CAVIA DWERGMANGOESTE EMOE EUROPESE OEHOE EVERZWIJNEN FRET GESTREEPTE HYENA GEVLEKTE HYENA GIERPARELHOENDER GOFFINI KAKETOE GOOCHELAREND GRIJZE EEKHOORN GROTE MARA HEILIGE IBIS JUFFERKRAANVOGEL KALKOEN KAMEEL KANGOEROE KLEINE MANTELMEEUW KLEINE ZILVERREIGER KLEINKLAUWOTTER KRAAIKOPHOENDER LACHVOGEL LAMA LAPLANDUIL LYNX MANDARIJNEEND NANDOE OOIEVAAR PARELHOENDER PAUWSTAARTDUIF POITOU-EZEL PRAIRIEHOND RAAF RODE HOND RODE NEUSBEER ROODHALSGANS ROODWANG SCHILDPAD SCHOLEKSTER SIKA HERT SNEEUWUIL STEKELVARKEN STEPPEAREND STEPPENVOS (CORSAC) STINKDIER TORENVALK TOULOUSE GANS WASBEER WITNEKKRAANVOGEL WITRUGGIER ZADELJAKHALS ZEBRA-MANGOESTE ZWARTE ZWAAN GASTEN Algemeen UILEN

via [omhoog] terug naar het hoofdmenu

ZADELJAKHALS 

Canis mesomelas

 

Herkomst:                       Het zuiden en de Hoorn van Afrika

Leefgebied:                    Savanne, kust, woestijn

Voedsel:                         Kleine zoogdieren, eieren, vogels, insekten, reptielen, fruit, aas en de nageboorten van de grote kuddedieren

Grootte:                          Hoogte +/- 40 cm, lengte 70 - 100 cm, gewicht 6 - 14 kg

 

Al heel lang bekend met mensen

 

De zadeljakhals dankt zijn naam aan de donkere vacht op zijn rug. Pasgeboren jongen zijn helemaal grijs of donkerbruin, na +/- een maand begint hun "volwassen jas ''  te groeien.

Zadeljakhals groepen bestaan meestal uit 1 familie, d.w.z. een dominant paartje en jongen van diverse worpen. Een mannetje en een vrouwtje vormen levenslang een koppel.

Paring en draagtijd gaan hetzelfde als bij de huishond, het vrouwtje is ook 9 weken drachtig. De jongen krijgen als ze twee à drie weken oud zijn al bijvoeding, hun moeder braakt dan voedsel voor ze uit.

Zadeljakhalzen zijn "hondsbrutaal '' , als leeuwen een prooi te pakken hebben, eten zij meestal de restjes op, samen met andere aaseters zoals hyena's en gieren. Soms wagen ze het om iets weg te grissen voordat de leeuwen zijn uitgegeten.

Zij worden vanwege de te scoren resten en afval ook vaak bij dorpen en steden gezien, maar dit is niet iets van de laatste tijd! In de tijd van de oude Egyptenaren stonden zij al bekend als afvalopruimers en aaseters. Zadeljakhalzen kwamen toen veel voor in de Egyptische dodensteden [begraafplaatsen]. De Egyptische god van de dood, Anubis, wordt altijd afgebeeld als jakhals.

Er zijn veel Afrikaanse verhalen en fabels waarin de jakhals als een heel sluw dier voorkomt, net zoiets als in Europa de verhalen over de vos.

 

Zie-Zoö

 

 

 

 

terug naar boven